Verslag intervisie 'Burgerbegroting en het politieke spel'

Op 9 maart vond er een nieuwe online intervisie plaats voor het netwerk ‘burgerbegroting in grote steden’. Een burgerbegroting kan niet los gezien worden van de (lokale) politieke context. Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland op 16 maart, kozen we voor ‘burgerbegroting en het politieke spel’ als thema van deze intervisie.

Om het politieke aspect goed in te leiden, kwamen twee politici aan bod die zelf de nodige ervaring hebben opgebouwd rond burgerbegrotingen. Rick Vermin (wethouder Amsterdam Oost) is een gedreven voorvechter van burgerbegroting in Amsterdam. ‘Oost Begroot’ is een zeer succesvolle aanpak, met hoge deelname cijfers. Daarnaast was Patrick van Lunteren (gewezen wethouder Financiën - en burgerbegroting - in Breda) aanwezig. Hij heeft in 2016 een burgerbegroting ingevoerd in Breda.

Rick Vermin gaf aan dat de politici van stadsdeel Amsterdam-Oost zich niet inmengen in het buurtbudget. Ze kiezen er ook voor om het reglement niet dicht te timmeren, maar ruimte te laten voor dialoog. Door in gesprek te gaan, gebeurt ook de echte toetsing aan de criteria. Eén van de criteria die wel geformuleerd worden, is dat de projecten binnen het buurtbudget niet mogen ingaan tegen het huidige beleid. De projecten zijn dus puur een aanvulling op het bestaande beleid, ze vormen geen fundamentele veranderingen binnen het beleid.

Patrick van Lunteren gaf aan dat de burgerbegroting in Breda nog geen verankerde methodiek is. Voorlopig is het een proeftuin die bij een wisseling van beleidsploeg ook weer kan verdwijnen. Van Lunteren vindt het daarom belangrijk dat de burgerbegroting in Breda meer ingebed wordt bij ambtenaren en gemeenteraad. Daarvoor zijn enthousiaste trekkers/ambtenaren noodzakelijk. Een andere mogelijkheid is om de inwoners te betrekken bij het vormgeven van het proces.

Na de intro’s van beide (gewezen) wethouders verdeelden de deelnemers zich over twee thematische breakout rooms. Eén van deze breakouts ging over de manier waarop een burgerbegroting zich verhoudt tot de grote politieke belangen.

De vraag die zich als eerste stelt is: welke spanningen kunnen er zijn tussen een burgerbegroting en de politiek? Door de deelnemers uit de steden Groningen en Gent werden de volgende spanningsvelden gedefinieerd:

Ten eerste is er de spanning tussen de projecten uit een burgerbegroting en de projecten/dossiers uit een programmabegroting of meerjarenbeleidsplan. Politici (denken te) worden afgerekend op hun verwezenlijkingen uit het beleidsplan, na afloop van hun beleidsperiode. Ze focussen dan ook graag daar op en willen graag zoveel mogelijk aandacht/zichtbaarheid voor die beleidsprojecten. Een burgerbegroting wordt soms zelfs gezien als ‘speelgeld’ dat dient voor ‘de leuke dingen’. Naast deze electorale overweging is er ook de inhoudelijke overweging. Projecten uit een burgerbegroting kunnen immers ingaan tegen de ideologische lijn van de beleidsploeg.

Ten tweede gaat het over timing. De uitvoering van dossiers uit het beleidsplan kan soms relatief lang duren. Daartegenover staan de – vaak laagdrempelige – projecten uit een burgerbegroting die veel sneller uitgevoerd kunnen worden. Ten derde zijn er de mogelijke praktische bezwaren tegen bepaalde projecten uit een burgerbegroting. Zo kan er bijvoorbeeld een goed project ingediend worden, waarvoor een gebied met een bepaalde ruimtelijke bestemming nodig is. Dat kan een praktisch probleem vormen. En ten slotte kunnen bepaalde projecten uit de burgerbegroting ook haaks staan op de resultaten van andere participatietrajecten.

Al deze spanningsvelden kunnen voor onbegrip zorgen bij de deelnemers aan een burgerbegroting. Maar telkens kan open dialoog en wederzijds begrip ook voor een oplossing zorgen. Zowel tussen burger en politiek als tussen politieke structuren onderling.

Uit de dialoog in deze breakout room bleek ook dat bepaalde spanningsvelden mogelijk ook voorkomen kunnen worden door het kader dat vooraf bepaald wordt. De steden geven aan dat het een moeilijk evenwicht is tussen een licht kader en opening voor dialoog enerzijds, en een dichtgetimmerd kader waar er geen enkele mogelijkheid voor interpretatie, dialoog of argumentatie is.

De tweede breakout room ging in gesprek over de verhouding tussen burgerbegrotingen en het bestaande beleid. Enkele opvallende zaken uit deze uitwisseling:

  1. Evenwicht zoeken tussen maximaal mogelijk maken en transparantie

Net zoals in de andere breakout room ging het ook in deze groep vrij snel over het kader van de burgerbegroting of het buurtbudget. Alle aanwezige steden waren het er wel over eens om het kader zo licht mogelijk te houden. Maar dan bots je o.a. op de transparante toepassing van de geformuleerde criteria. Welk ingediend project beantwoordt er wel aan, welke niet? Hoe lichter het kader is, hoe meer ruimte voor discussie. Om die reden is er binnen de stad Gent een centrale dienst die de lijn van het kader bewaakt en ervoor zorgt dat de toetsing aan de criteria transparant blijft.

  1. Evenwicht zoeken tussen maximaal mogelijk maken en de grenzen/visie van de politiek

Een ander evenwicht waar de steden naar zoeken, is dat tussen een licht kader voor de burgerbegroting en de politieke visie van een stad. Zowel Gent, Antwerpen, Amsterdam en Den Haag waren akkoord dat een burgerbegroting maximaal mogelijk moet maken. Maar uiteraard hebben beleidsmakers zelf ook visies en plannen, en soms zijn die moeilijk of zelfs niet verenigbaar met de projecten van inwoners. De Stad Groningen heeft om die reden een wijkwethouder die toegewezen is om die spanningen te bewaken.

  1. Burgerbegroting heeft de cultuur en organisatie mee beïnvloed

Burgers denken niet in de kaders van ambtenaren en politici, dat ervaren alle aanwezige steden. Een illustratie daarvan is de bevoegdheidsverdeling. Burgers houden hier geen rekening mee wanneer ze met hun idee of project bezig zijn. In het district Antwerpen bijvoorbeeld – waar een bevoegdheidsverdeling geldt tussen district, stad en provincie – ervaren ze dat inwoners vaak de grenzen van hun districtsbevoegdheden opzoeken. Dit zorgt er voor dat bepaalde interne diensten de lijn moeten bewaken, maar ook de interne communicatie tussen de diensten en overheden nog belangrijker wordt. De lokale overheden worden er zo deels toe gedwongen om tegemoet te komen aan de denkwijze van hun inwoners.