home-page
Deel op facebook
Deel op twitter
home-page
Deel op facebook
Deel op twitter

Onderzoek

Er is dus een grote variatie in burgerbegrotingen en de reden waarom men ze organiseert.  Daardoor is ook het onderzoek naar burgerbegrotingen zeer divers. Meestal wordt het wetenschappelijk onderzoek gedreven door de doelstellingen van de burgerbegroting in kwestie: worden deze doelen bereikt?

Onderzoek in de Latijns-Amerikaanse context

In de Latijns-Amerikaanse context hebben wetenschappers dus voornamelijk gekeken naar de lange-termijn effecten die burgerbegrotingen hebben op corruptie en sociaal welzijn. Zo vinden de Amerikaanse onderzoekers Michael Touchton en Brian Wampler dat burgerbegrotingen een positief effect hebben op sociaal welzijn in Braziliaanse gemeenten. Uit een vergelijking tussen gemeenten met en zonder burgerbegrotingen komen zij tot de conclusie dat gemeenten uit de eerste categorie meer investeren in gezondheidszorg en sanitaire voorzieningen – met als concreet gevolg een sterke daling van het kindersterftecijfer. Dit geeft aan dat burgers inderdaad meer prioriteit geven aan basisvoorzieningen als zij de mogelijkheid krijgen om mee te beslissen over de besteding van overheidsgeld. In hoeverre burgerbegrotingen ook bijdragen aan een vermindering van corruptie is moeilijker te zeggen simpelweg omdat de mate van corruptie moeilijk te meten is.

Onderzoek in de Europese context

Wetenschappelijk onderzoek naar burgerbegrotingen in Europa kijkt dikwijls naar de verschillen tussen dit participatieve instrument, bijvoorbeeld tussen Latijns-Amerika en Europa of meer specifiek tussen Europese landen. Wetenschappers zijn met name geïnteresseerd in hoeverre burgerparticipatie ook voldoet aan de verwachtingen van burgers. Steeds meer onderzoek kijkt dus of participatieve instrumenten tegemoetkomen aan de wens van burgers om meer te participeren, als ook of burgerparticipatie kan bijdragen aan meer tevredenheid met de democratie.

Onderzoek in de Belgisch-Nederlandse context

Om dit soort vragen te kunnen beantwoorden, heeft het Belgisch-Nederlandse wetenschappelijk onderzoek zich voornamelijk gebogen over twee soorten vragen: (1) Wie neemt er (niet) deel? (2) Wat zijn de effecten van een burgerbegroting op de deelnemers en de thuisblijvers?

  1. Wie neemt er (niet) deel?

Burgerbegrotingen betrekken over het algemeen een breder publiek dan enkel de ‘usual suspects’ (d.w.z. de burgers die veelal geneigd zijn om te participeren, zoals 50+’ers en hoogopgeleiden) dan andere vormen van participatie. Van referenda is bekend dat ze er goed in slagen om lager-opgeleide burgers te mobiliseren, net als van stemmen tijdens verkiezingen. Hoewel burgerbegrotingen niet de aantrekkingskracht hebben van referenda, doen ze het beduidend beter dan burgerfora en -toppen. 

Onderzoek naar burgerfora toont aan dat burgers verschillende redenen hebben om al dan niet deel te nemen aan participatiebijeenkomsten. Grofweg kunnen we deze opdelen in persoonlijke en politieke motieven. Een eerste categorie heeft te maken met persoonlijke factoren, zoals tijd en karakter. Participeren vraagt tijd van burgers. Sommige burgers willen deze vrijmaken of -houden, terwijl anderen aangeven dat te druk zijn of andere afspraken hebben staan bijvoorbeeld. Ook het karakter van burgers kan maken dat ze liever wel of juist niet participeren: de één voelt zich op zijn gemak in grote groepen, de ander is meer verlegen. 

Een tweede categorie redenen om al dan niet naar participatiebijeenkomsten te komen, zijn politiek van aard. Zo kunnen burgers deelnemen omdat ze zo hun standpunt en ervaringen te kunnen uiten, of juist thuisblijven omdat ze het idee hebben te weinig af te weten van politiek. Ook wanneer burgers het gevoel hebben dat participatie impact heeft op de politieke besluitvorming, zoals bij burgerbegrotingen, zijn ze meer geneigd deel te nemen (en vice versa).  

Klik hier voor het volledige onderzoek en hier voor een blog

Organisatoren spelen een belangrijke rol bij het optrommelen van een groot aantal en diverse deelnemers voor de burgerbegroting. Zij kunnen verschillende strategieën inzetten om te zorgen dat burgers op de hoogte zijn van de burgerbegroting, bijvoorbeeld (sociale) media en betrokken (jeugd)werkers in de wijken. 

  1. Wat is het effect van een burgerbegroting op deelnemers en de bredere bevolking?

Hoewel wetenschappers steeds meer inzicht krijgen in de effecten van deelname aan burgerbegrotingen (zie bijvoorbeeld: link naar nieuwsbericht Duiven), komt de wetenschappelijke kennis voornamelijk uit onderzoek naar deliberatieve burgerfora (waarbij een toevallig geselecteerde steekproef van burgers bijeenkomst om te delibereren over een bepaald thema). Zo weten we dat deelnemers aan deliberatie na afloop:

  • meer vertrouwen hebben in de politiek;
  • en tevredener zijn met de democratie.

Ook zien we dat dit effect deels doorwerkt op het bredere publiek. Als burgers te weten komen dat er een burgerforum in hun nabijheid plaatsvond, kan dit een positief effect hebben op politiek vertrouwen en op het gevoel dat politici geven om wat burgers denken (Boulianne 2018). 

Deel op facebook
Deel op twitter